Rood

"Rood" - E.A. Opdebeke

 

ROOD /RED - TABBY  Door E.A. Opdebeke

Uit De Bolle 1991 -1

De officiële benaming voor de rode kleurstof in katte-haren noe­men we phaeo-me­la­nine en geven we in de genetica aan met het symbool O. Deze letter is afgeleid van het engelse ‘orange’. ‘n Rode kat, ook een dieprood exemplaar, is immers niet echt (bloed) rood. De oorsprong van rood moeten we niet in Europa zoeken, maar in Afrika. Eén van de voorouders van onze huidige katten was nml. de Afrikaanse wilde kat die deze kleurstof droeg. Rood in onze contreien is  niet zo’n geschikte schutkleur. (Erg op­val­lend in onze bossen, zodat zulke dieren weinig kans tot overleven had­den).

Wie bepaalde gebieden van het Noord Afrikaanse land­schap kent, weet dat rood dààr een prima schutkleur is in de woestijnen en rode zand­steen gebieden. Een voorbeeld, één van de oud­ste Egyp­ti­sche mythen ver­telt over de tweeling-broers Osiris die koning was over de zwarte aarde, het vruchtbare Nijldal en de jaloerse Seth, die koning was over de rode aarde, het woe­stijn­ge­bied.

Net  zoals zwart kan de basiskleur rood onder invloed van andere genen min of meer veranderen.

 

Afgeleide kleuren van rood zijn derhalve:

Chocolade rood              de rode tegenhanger van:         chocolate

Crème                          de rode tegenhanger van:         blauw

Chocolade-Crème           de rode tegenhanger van:         lilac               

Licht Choc. Rood            de rode tegenhanger van:         cinnamon

Licht Choc. Crème          de rode tegenhanger van:        fawn

AI deze kleuren kunnen dan ook nog van tint veranderen onder invloed van het Burmezen-Gen.

Over de Genen voor Zilver (l=lnhibitor) en voor Tabby (A=Agoeti ) die van een Rode bijv. een rood-smoke of een Cameo-Tabby maken, wil ik het in deze nog even niet hebben.

Hoe komt het nu dat wij een rode kat bijv. als crème zien? Onder invloed van hepaalde genen gebeurt er iets met de melanine- (kleurstof ) korreltjes in de haarschacht. Normaliter zijn die kleurstofbolletjes redelijk gelijkmatig verdeeld, maar onder invloed van het gen voor crème(of blauw bij zwart) gaan de korreltjes samenklonteren waardoor een dergelijke kat bij ons als crème-kleurig over komt.

Bij het gen voor Chocolate(Chocolade-Rood) gebeurt er weer iets anders met de melaninebolletjes. De concentratie (dichtheid) ervan in de haren neemt af en in plaats van rond worden ze wat staafvormig.

Uiteraard kunnen beide eigenschappen ook gecombineerd optreden namelijk een samenklontering van staafvormige melaninedeeltjes, waardoor de kleur chocolade-crème (bij zwart, Lilac ) ontstaat.

Daarmee zijn we dan gelijk al aangekomen bij het eerste probleem wat determineren betreft.

Is het onderscheid tussen zwart, chocolate, blauw en lilac vrij eenvoudig zichtbaar; bij enerzijds rood t. o. v. chocolade-rood en anderzijds crème t. o. v. chocolade-crème is dit (praktisch) onmogelijk.

Een Zwarte kat heeft immers zwarte voetzooltjes terwijl bij een chocolade-kleurig dier deze terra-cotta kleurig zijn. Bij zowel een rode als een chocolade-rode kat  zijn deze beide roze-rood. De vacht mag dan misschien van tint iets verschillend zijn, maar dat kan óók te wijten zijn aan de werking van polygenen. (zie verderop)

Vergelijken we blauw met lilac dan zijn bij een blauwe de voet zooltjes blauw met een oud-rozige schijn, terwijl ze bij lilac roze zijn. Bij crème en chocolade-crème zijn in beide gevallen de voetzooltjes roze.

Ook aan de kleur van de neusspiegel kan men zich hij het determineren niet vasthouden. Bij zwart en haar afgeleide kleuren heeft iedere variëteit zijn eigen kleur neusspiegel, resp. zwart, chocolade kleurig, blauw, leverkleurig. Bij rood en haar afgeleide kleuren is de kleur van de neusspiegel in alle variëteiten roze-rood. De een wat meer rood, de ander wat meer roze, maar staat kan men daar niet op maken.

Een stukje Genetica:

Voorlopig volstaan de symbolen X , Y , O , B en D

een rode KATER geven we weer met de symbolen:  XOY-           BB        DD

een rode POES geven we weer met de symholen:    XOXO         BB        DD

Het gen voor de basiskleur (in dit geval O) is gekoppeld aan het X chromosoom, het vrouwelijk chromosoom.

De poes heeft hier dus twee genen voor rood, terwijl de kater er maar één heeft. Op het Y-chromosoom, dat er voor zorgt dat de foetus zich gaat ontwikkelen tot een jongetje, komt een gen voor de (basis)kleur niet voor.

‘ n Vergelijking: ook bij mensen komen er eigenschappen voor die min of meer geslachtsgebonden zijn, bijv. kleurenblindheid komt voornamelijk bij mannen voor.

-       Het gen B is de afkorting van Black (zwart)

-       Het gen D is de afkorting van Dark (donker)

Nu kunnen we ons afvragen waarom gebruiken we bijv. het gen B dan nog terwijl we al aangegeven hebben dat de kat in kwestie rood is. Het antwoord is dit: In de genetica zaten we met chocoladekleurige katten. Het was bekend dat dit een van zwart afgeleide kleur was en ook dat deze kleur recessief was. Een chocolade kleurige kat kreeg daarom de symholen bb. Een gewone zwarte kat wordt aangegeven met BB, dat wil zeggen, dus niet-chocolade-kleurig, of met Bb, dat wil zeggen, niet-chocolade-kleurig, maar wel met de factor (een verborgen gen) voor chocolate. Niet alleen bij de basiskleur zwart maar ook bij de basiskleur rood kunnen deze genen een kleur verandering doen optreden.

Dus in dit geval heeft BB NIETS te maken met Black (Zwart), maar geeft enkel aan dat de kat NIET chocolade-rood is.

Een zelfde soort  verhaal kunnen we houden m.b.t. het gen D.

In de genetica zat men ook met de kleur blauw, waarvan bekend was dat ook deze kleur een afgeleide kleur was van zwart, maar dat het wat anders was dan chocolate.

Ook hiérvan was bekend dat het een recessieve eigenschap is.

Een gewone zwarte kat kreeg daarom de symbolen DD en U moet dit lezen als,’gewoon donker/niets mee aan de hand/gewoon zwart'. Een zwarte kat met de factor (verborgen eigenschap) voor blauw geven we aan met de letters Dd, terwijl een blauwe kat  in de genetica de symbolen dd kreeg.

In combinatie met het ROOD willen de letters DD dan ook enkel zeggen dat die kat ’gewoon’, donker is, dus gewoon ROOD (niets mee aan de hand). Wanneer een kat met de basiskleur rood de kleine letters dd heeft dan wil dat enkel zeggen dat dit dier niét meer donker (rood dus) is maar créme.

We kunnen nu opnieuw het rijtje van rood en de daarvan afgeleide kleuren opstellen met de bijpassende symbolen er achter:

 

                                                                  KATER   /    POES

 

ROOD                                                         XOY-      /    XOXO     BB   DD

ROOD (met factor voor Chocolade-Rood)          XOY-      /    XOXO     Bb   DD

ROOD (met factor voor Crème)                       XOY-      /    XOXO     BB   Dd

ROOD

(met factor voor Chocolade-Rood en Crème)     XOY-           /      XOXO    Bb  Dd

CHOCOLADE-ROOD                                       XOY-           /    XOXO     bb   DD

CHOCOLADE-ROOD (met factor voorCrème)      XOY-           /      XOXO    bb  Dd

CREME                                                       XOY-          /    XOXO     BB   dd

CREME (met factor voor Chocolade-Crème)      XOY-           /    XOXO     Bb  dd

CHOCOLADE-CREME                                     XOY-          /    XOXO     bb   dd

 

In plaats van de gewone kieine letter b (Chocolate) kan er ook nóg een ander gen optreden nml. bl.

Dit gen zorgt er voor dat een zwarte kat er licht bruin gaat uit zien. Een kat met een dergelijke kleur noemen we CINNAMON. Ook bij een rode kat veroorzaakt dit een tintverandering. We kunnen het rijtje dus nog uitbreiden met :

 

                                                                  KATER   /    POES

 

CHOCOLADE-ROOD (met cinnamon factor)     XOY-      /    XOXO     b bl DD

CINNAMON-ROOD                                      XOY-      /    XOXO     blbl DD

CHOCOLADE-CREME (met cinnamon factor)    XOY-     /      XOXO    b bl dd

ClNNAMON-CREME                                     XOY-     /    XOXO     blbl dd

maar nogmaals veel van deze, van rood afgeleide, kleuren zijn qua kleur absoluut niet meer te determineren en de genetische constitutie van dergelijke katten blijkt pas aan de hand van hun eventuele niet-rode nakomelingen.

ROOD en CREME

De standaard verlangt bij een rode kat een gelijkmatige diep-rode kleur, met zo weinig mogelijk ‘ GHOSTMARKING, (spooktekening) en bij een Crème kat een gelijkmatige licht-crème kleur met, eveneens, zo weinig mogelijk ghostmarking. Kort maar krachtig! makkelijker gezegd dan gedaan echter, want wat kan er allemaal fout gaan?:

- Vaal-rood in plaats van diep-rood

- Sterke ghostmarkings

- ‘Hot’ crème

- Niet gelijkmatig doorgekleurd / donkere haarpunten / lichte ondervacht.

Deze afwijkingen op de standaard worden veroorzaakt door de werking van 'polygenen'.

Polygenen zijn groepen van genen (poly = veel ) die met elkaar een bepaalde eigenschap versterken of afzwakken. Je zou kunnen zeggen dat deze polygenen door 'Moedertje Natuur’ ingesteld zijn om het dier zich nóg beter te kunnen laten aanpassen aan zijn milieu.

Vereist het milieu ‘ n vaal-rode kleur om het beste te kunnen overleven, dan ontwikkelt de katten-populatie in die streek in enkele generaties een vale kleur. De diep-rode katten  zijn dan kwetsbaarder en zullen geleidelijk aan verdwijnen.

Bij het fokken maken wij dankbaar gebruik van polygenen. Je zou zelfs kunnen zeggen, dát zijn de puntjes op de i  c.q. dát waar het om gaat bij het gerichte fokken.

Polygenen zou je ongeveer als volgt aan kunnen geven:             ++++----

een Gewone rode kat draagt dan bij voorbeeld                           ++(++--)--

een DIEP-rode kat draagt dan hij voorbeeld                                (++++)----

en een VAAL-rode kat draagt dan bijvoorbeeld                           ++++(----)

De gewenste polygenetische eigenschappen heb je soms door een toevalstreffer, maar meestal door selectie, (d. w. z. steeds met de beste kittens door fokken! )

Polygenen bepalen de kleurintensiteit, de concentratie van kleurstofbolletjes in de haren, de (on) gelijkmatige kleur van de vacht, de mate van ghostmarkings etc. etc.

Nu is het maar de vraag, wat is van de polygenen gewenst [ ++++] en wat is ongewenst[----] ?

Wat bij de ene variëteit hoog gewaardeerd wordt is bij een andere variëteit uiterst ongewenst.

Bijv. Licht (vaal ) rood is ongewenst hij rood terwijl lichtcrème hij crème juist zeer gewaardeerd wordt.

Andersom, Dieprood wordt gewenst bij rood, terwijl hot (warm)crème bij crème juist niet gewenst is.

Van deze polygenen die bij de ene variëteit ongewenst zijn, kan men echter dankbaar gebruik maken om 'n andere variëteit te fokken, waarbij deze polygenen juist wel 'n gunstige werking hebben.

Bijv. Uit hot-crème kan men heel goed. . . . . . . . . . (vult U zelf maar in). . . .juist! diep-rood fokken.

Vaal-rood voor licht-Crème; lichte ondervacht voor Smoke etc.

TABBY

Men kan niet over rood praten zonder er ook tabby in te betrekken. Het woord tabby is afkomstig van tafetta, een patroon dat in bepaalde oosterse kleden werd geweven. Tabby wordt veroorzaakt door een dominant gen, het gen voor AGOETI, dat weergegeven wordt door het symbool A, (Agoeti is afgeleid van ‘Dasyprocta

AGUTI’ , de latijnse naam voor een Zuid-Amerikaanse haas). Een effen rode kat mist dit gen. Als we bijvoorbeeld voor een kater met de basiskleur ROOD de verschillende mogelijkheden in code opnoemen, dan krijgen we:

XOY-  BB     DD  aa    = effen rood

XOY-  BB     DD Aa   = fokonzuivere Red Tabby,(Deze kater kan ook nog effen nakomelingen krijgen)

XOY- BB     DD AA   = fokzuivereRed Tabby(Deze kater kan alléén nog maar tabby nakomelingen krijgen)

Waarom is het nu noodzakelijk om ook tabby in dit verhaal te betrekken? Wel. . . . om verschiIlende redenen:

A)  Aangezien rood altijd nog wel ergens ghostmarkings vertoont en deze versterkt kunnen worden door de werking van polygenen, worden er hij het determineren en op shows nogal wat vergissingen gemaakt.

     Zeer veel genetisch effen rode katten worden als red-tabby tentoongesteld en vallen dan soms ook nog zeer hoog in de prijzen als variëteit waar ze dus eigenlijk helemaal niet bij thuis horen.

     Dit probleem hebben wij bij katten die als basiskleur zwart hebben niet! Behalve dat bij een effen zwarte, bij ‘t determineren, toch al makkelijk te onderscheiden is van een brown-tabby, hebben we bij katten met als basiskleur zwart, op enkele uitzonderingen na, een heel goed houvast nml. de neusspiegel.

     Een effen kat heeft een effen neusspiegel, een Agoeti (tabby)kat heeft bijna zonder uitzondering een agoeti-neusspiegel, d.w.z. de neus-spiegel is licht van kleur, met een donkerder randje eromheen.

     Bij. baksteen rood met zwart randje of oud-roze met blauw randje etc. al naar gelang de variëteit.

    Bij katten met de basiskleur rood hebben we dit hulpmiddel niet of nauwelijks. Soms kun je een onderscheid zien, bij. een effen rode  neusspiegel versus een roze neusspiegel met een baksteen rood randje, maar vaak kun je hier geen staat op maken en bij de verdunde kleuren is dat helemààl geen doen.

B) Voor de fok van rood en crème is het handig iets te weten van tabby. Een helemaal effen rode of effen creme kat is immers niet te fokken. Er zal altijd wel ergens iets van ghostmarkings te zien blijven. Derhalve is het goed te weten welke ghostmarkings van welk tabby-patroon Uw streven naar een zo effen mogelijke kat het minst dwarsbomen.

Bij tabby katten komen vier soorten patronen voor, te weten:

   

     TICKED -tabby, zoals een Abessijn of een Somali.

     MACKEREL-tabby, gestreept, vanaf de rug fijne verticale strepen

     SPOTTED -tabby, gevlekt

     BLOTCHED-tabby, gemarmerd; brede rugstrepen, brede staartringen, oester op de flanken etc.

Het zal U wel duidelijk zijn dat bijv. bij een crème kat ghostmarkings van een gestreept of gevlekt patroon veel minder storend zijn dan die van een blotched patroon.

Aangezien een blotched-tabby over het geheel genomen ook een veel donkerdere indruk geeft dan een spotted-tabby (denkt U maar aan de Britse-korthaar Silver-Tabby’ s).

Dan kunt U zich ook wel voorstellen dat een crème kat met blotched ghost-markings veelal een donkerdere indruk geeft dan eentje die spotted ghostmarkings heeft.

De duidelijkheid van Tabby patronen is net als de eerder genoemde eigenschappen afhankelijk vande werking der polygenen.

Polygenen bepalen bijv. of de tekening er maar zo'n beetje opligt; of dat hij een flink eind naar de huid toe doorloopt; of het een sierlijk en volledig patroon is; of dat de rug, nek, flanken en staart één donkere massa is en er alleen in het masker en op de poten nog wat tekening zichtbaar is.

Van deze polygenetische eigenschappen kan hij de fok van rood en crème dankbaar gebruik worden gemaakt.

Bijv. : Voor een crème kat zou het ideaal zijn wanneer die genetisch het Ticked-Tabby patroon droeg. Het ticked-tabbypatroon is een streeploos patroon, dus ook bij een effen dier zijn er op het lichaam dan geen ghostmarkings te zien. Als die kat dan ook nog de polygenen in zich draagt voor een (opgeplakte! ) zwakke tekening, dan zal het dier stellig een mooie egale licht-crème indruk geven.

Voor een effen rode kat zou het ideaal zijn wanneer die èn genetisch het blotched patroon draagt èn de polygenen voor een very-heavy patroon (helemaal donker op de kop, nek, rug, flanken en staart) met slechts wat rudimentaire tekening in het masker en op de poten, of wanneer het dier het ticked-tabby patroon zou dragen met polygenen voor een hoge melanine concentratie èn polygenen voor een slecht contrast tussen de bandjes.

Het laatste woord over het genetische verschil tussen rood en rood-tabby is overigens nog lang niet gezegd.

Sommigen beweren dat echte agouti’ s een duimafdruk op de oren moeten hebben, een veel sterker contrast in het masker hebben, veel lichtere kinnen hebben, de agouti-haren (de haren tussen het patroon) vaker een metallic-achtige ticking dragen.

Allemaal eigenschappen die bij non-agouti-roden niet zouden voorkomen. Anderen beweren dat sommige of al deze eigenschappen ook voorkomen bij aantoonbare non-agouti roden.

Weer anderen gaan nog verder en beweren dat effen roden helemaal niet bestaan en zeggen dat derhalve de fok van rood dan maar beter helemaal achterwege gelaten kan worden. Dat met allerlei kunst en vliegwerk getracht wordt te verdoezelen dat effen roden gewoon slechte red-tabby’ s zijn.

Bij perzen met hun lange vacht lukt dat dan nog aardig, maar bij een ras als Britse Korthaar is dit een onmogelijkheid.

Nog wat puntjes:

1e) Het lijkt erop alsof Red-Tabby,s in mindere mate last van brindle in hun patroon hebben dan bij v. Brown- of Silver-Tabby’ s

2e) Bij Phaeo-melanine katten is het veel gemakkelijker een mooie koper-kleurige oogkleur te fokken dan bij Eu-melanine of bij Eu-Phaeo-melanine katten.