De Brit


 

 

Inleiding

De Brit, uitgegroeid tot één van de populairste kattenrassen van Europa. Een grote, ronde, cobby verschijning, vaak vergeleken met een teddy beertje. Bijna on-katachtig qua uiterlijk. Onder de korthaarrassen is er geen kat waarbij zoveel kleurstellingen erkent zijn dan bij de Brits Korthaar. Silver vareiteiten, solids, parti colours, points etc. De Rasstandaarden van de verschillende organisaties staan beschreven en worden vergeleken. De gezamelijke geschiedenis maar ook de grote verschillen tussen de Brit, de Exotic en de Perzisch Langhaar.

 

de geschiedenis geschiedenis in grote lijnen

de kleuren kort de geschiedenis, de genetica, tipje fokadvies

pigment parade artikel over parti colours

 

Brits blauw artikel over Brits blauw

Brits crème artikel over Brits crème

Brits tabby over tabby

Brits cinnamon en fawn artikel over cinnamon en fawn

 

Geschiedenis van de Brits Korthaar 

Vroegste raskatten

Aan het einde van de negentiende eeuw begonnen welgestelde Engelsen katten tentoon te stellen en te fokken. Dit waren voornamelijk katten die zij op hun verre reizen met zich mee genomen hadden, zoals langharige katten uit het nabije en verre Oosten (de voorvaderen van de huidige Perzisch langhaar), en exotische kortharen als Siamezen, Abessijnen en Blauwe Russen.

Daarnaast werden ook variëteiten van eigen bodem tentoongesteld, zoals de kortharige Engelse huiskat en de staartloze Manx van het naburige eiland Man.

De Perzen waren echter het meest in trek. Rond de eeuwwisseling bleek de populariteit van de Pers zo groot dat er op tentoonstellingen nog amper kortharige rassen verschenen. En als ze al ingeschreven werden op shows vielen ze vrijwel nooit in de prijzen, dat was veelal weggelegd voor een exotischer ogende Siamees.

 

Eerste rasclub

De elite in de kattenwereld uit die tijd vonden dat jammer, want hierdoor raakten er steeds minder mensen uit de 'working class' geïnteresseerd in het tentoon stellen en fokken van katten. Het bezit van dure raskatten was namelijk enkel weggelegd voor beter gesitueerden. 'Jan met de pet' moest doen met Engelse korthaar katten. En de elite wilden juist ook de minder bedeelden graag betrekken in hun hobby. Immers, wanneer deze met hun huiskat naar tentoonstellingen konden gaan en prijzen konden winnen, zou dat zeker zijn positieve bijdrage kunnen leveren aan het welzijn van de katten in het algemeen.

Bovendien waren de Britten zelf niet gespeend van chauvinisme, en wilden ze uiteraard ook dat hun nationale katten mooi genoeg zouden zijn om het op te kunnen nemen tegen de buitenlandse katten. Het werd dus tijd om de Engelse kortharige huiskat wat meer status te verlenen. Een en ander resulteerde in de oprichting van de allereerste rasclub voor inheemse korthaar rassen, die nu nog steeds bestaat. In 1901 was de Short Haired Cat Society and Manx club een  feit. Deze club was op diverse kattententoonstellingen aanwezig en reikte prijzen uit voor de mooiste inheemse kortharige katten. En kort erna trad de Engelse kortharige huiskat meer in het voetlicht.

 

Van huiskat tot raskat

De Engelse huiskat, die destijds gewoonweg 'Shorthair' of 'English/British cat' genoemd werd, was er in veel verschillende vormen en kleuren. Er was immers nooit op een weloverwogen manier mee gefokt. Dit maakte het dan ook moeilijk om de dieren op schoonheid te beoordelen en te vergelijken- er waren geen normen. Er werd daarom een rasstandaard opgesteld waarin de ideale uiterlijke kenmerken beschreven werden van het nieuwe Britse kortharige ras. Hier werd onder meer in beschreven dat de dieren de lichaamsbouw van de stevig gebouwde Pers moesten hebben, maar dan met een kortharige vacht.

De fokkers begonnen hun katten te selecteren op een gedrongen en stevige bouw met een dichte, kortharige pluche vacht. Ze kruisten hun kortharen soms met Perzen om dit proces te versnellen. Minstens zo belangrijk waren de kleuren die deze katten moesten hebben wilden ze op tentoonstellingen worden toegelaten. Zo werden enkel de effen blauwe, zwarte, witte, zwart tabby's, rood tabby's, zilver tabby's schildpadkatten, schildpad met witte en tabby's met wit toegelaten.

De tabby patronen, bijbehorende oogkleuren en de diepte en tint van de kleuren werden, tesamen met de plaatsen van eventuele aftekeningen, duidelijk omschreven in de kleurbijlage van de rasstandaard. Zo kon men uiteindelijk bereiken dat een goed gefokte korthaar zich ging onderscheiden van een willekeurige huiskat.

 Dat dit uitstekend gelukt is, daar zijn de vele winnaars van weleer en die van vandaag de dag een levend voorbeeld van.

Het was in Groot-Brittannië tot in het jaar 1973 mogelijk om een huiskat te

laten registreren als (Brits) Korthaar, zo lang het dier voldeed aan het

gewenste type.

 

Europa

Het waren overigens niet alleen de Engelsen die zich met het fokken en ten toonstellen van katten bezighielden, al is hun invloed wel van groot belang geweest. Ook op het vasteland van Europa begon de interesse voor raskatten toe te nemen en ook daar wilden fokkers luxe raskatten fokken uit de reeds aanwezige boerenkatten. Deze katten, die aanvankelijk 'Europees korthaar' werden genoemd, waren van ongeveer eenzelfde type als de katten die in Engeland werden gefokt onder de rasnaam 'British Shorthair'. De rasstandaard van de Engelsen werd door de Europese kattenverenigingen overgenomen voor hun continentale variant. Ook werden er regelmatig dieren uit Engeland geïmporteerd om nieuw bloed in te brengen. In de praktijk leidde dit tot een identiek bestand van kortharige raskatten, zowel met betrekking tot het uiterlijk als de afstamming, aan beide kanten van de Noordzee.

 

Brits Korthaar versus Europees korthaar

In het noordelijke deel van Europa lag de situatie echter wat anders. Ook in Scandinavië hield men zich bezig met het selectief fokken van stevige huiskatten, en ook deze werden ten toon gesteld onder de rasnaam 'Europees korthaar'.  De Scandinavische katten waren echter van een wat ander type dan de Europees korthaar katten. Dat kwam omdat de Scandinaviërs veel minder Britse dieren importeerden en hun bestand meer gebaseerd was op lokale stevige huiskatten. Bovendien kruisten de Scandinavische fokkers geen Perzen in.

Ten tijde dat de kattenhobby interationaler werd gaf dit problemen. In feite was er sprake van twee verschillend uitziende rassen, waarvoor er maar één standaard en rasnaam was. Daarom werd er in de tachtiger jaren op verzoek van fokkers in Scandinavië een scheiding doorgevoerd. De cobby gebouwde dieren met Perzeninvloed kregen de rasnaam Brits Korthaar, en de rasnaam Europees Korthaar werd voorbehouden aan de wat minder cobby dieren uit een min of meer zuivere Europese huiskat-afstamming. Bovendien kreeg de effen blauwe Franse Chartreux, die tot dat moment ook onder die ene standaard viel, een aparte status als separaat ras.

 

Kleuren

In het begin was de kleur blauw het populairst, maar ook crème en blauwcrème dieren hadden hun aanhangers. Daarnaast waren in mindere mate andere effen kleuren zoals zwart en schildpad wit wit  in trek, en de (zilver)tabby's.

Door het af en toe inkruisen van Perzen werd dit palet steeds meer uitgebreid en zijn er steeds nieuwe kleuren, aftekeningen en patronen bijgekomen. Deze ontwikeling is nog steeds in volle gang, hoewel momenteel de meeste kleurfactoren in het ras aanwezig zijn en de fokkers zich nu vaak specialiseren in het perfectioneren van een kleur of aftekening.

 

Uiterlijke kenmerken

Rasstandaard

De rasstandaard van de Brits Korthaar is een van de weinige standaarden binnen de kattenrassen die wereldwijd bij elke overkoepelende organisatie vrijwel identiek is gebleven. De originele standaard waarvan alle andere zijn afgeleid, is die van de Engelse overkoepelende organisatie GCCF. Deze

volgt hieronder.

 

Type

De Brits Korthaar (BKH) is een compacte, evenwichtig gebouwde en krachtige kat met een stevig en gespierd lichaam, met een brede borst, stevige korte rechte poten met ronde voeten De staart is dik aan de basis en is rond aan het uiteinde. De kop is rond met een goede ruimte tussen de kleine oren.

Ronde wangen, stevige kin, grote ogen, rond en open en een korte brede neus.

De vacht is kort en dicht ingeplant.

 

Kop

Rond gezicht met volle wangen en een brede schedel met ronde beenderstructuur. Kop wordt op een korte dikke nek gedragen.

Neus: De neus zelf moet kort, breed en recht zijn. En profiel een afgerond voorhoofd,overgaand in een korte rechte neus met een overgang (neusaanzet) die niet te geprononceerd mag zijn, (geen stop) maar een lichte welving.

Kin: Een volle stevige en brede kin. Een afwijking hiervan resulteert in een fout.

Het gebit moet sluitend zijn. De lijn van de neuspunt tot de punt van de kin behoort nagenoeg recht te zijn.

Oren: Klein, breed aan de basis, afgerond aan de bovenzijde, zodanig uit elkaar geplaatst dat ze de contouren van de kop niet verstoren. De buitenkant van het oor moet goed behaard zijn, de binnenkant niet te veel.

Ogen: Groot, rond en goed geopend, ver uit elkaar en horizontaal geplaatst, geen neiging tot oosterse vorm.

 

Lichaam

Compact lichaam met korte rechte ruglijn. Diepe borst en laag op de poten.

De romp even massief als de schouders. Middelgroot tot groot lichaam.

Poten en voeten:  Poten kort, recht en stevig, ronde voeten.

Staart: Dikke staart van gemiddelde lengte. Breder aan de basis dan aan het ronde uiteinde.

 

Vacht

Korte, stevig aanvoelende, dicht ingeplante, veerkrachtige vacht.

Een zachte of te lange en losse vacht is incorrect.

 

Conditie

Perfekte lichamelijke conditie en een alerte en vitale indruk gevend.

 

Fouten

Kaak en mondmisvormingen, staartmisvormingen en elke andere anatomische afwijking; te lange, zachte, losse vacht, pluizige staart; geprononceerde stop; zwakke kin; geprononceerde snorhaarkussentje.

Fouten die een eerste plaats of titelcertificaat uitsluiten: Boven- of onderbeet; afwijking van

botstruktuur van de staart of andere lichamelijke afwijking; te lange of losse vacht (bij volwassen katten); te geprononceerde stop, vlak uiterlijk of stomp neusje.

 

Kleuren en de standaard

De rasstandaard voor type en bouw is wereldwijd zo goed als gelijk voor alle Britten. Dit is echter niet het geval met betrekking tot de diverse kleur- en patrooncombinaties, die per land of organisatie kunnen verschillen. Deze erkenningen zijn echter geen vaststaande feiten; fokkers zijn altijd bezig

met nieuwe ontwikkelingen, verbeteringen en verfijningen. Deze diverse ontwikkelingen lopen wereldwijd niet synchroon, waardoor erkenning van (nieuwe) kleuren per land of organisatie kan verschillen.

 

Effen kleuren en schildpad

Algemeen

De Brits Korthaar wordt gefokt in alle voorkomende effen kleuren. Met uitzondering van de witte Brits Korthaar mogen er in de vacht van effen gekleurde Brits Korthaar katten geen witte haren of aftekeningen voorkomen. Iedere haar hoort bovendien van haarpunt tot aan de wortel zoveel mogelijk dezelfde kleur te hebben. Dit wordt 'goed doorgekleurd' genoemd.

Meestal hebben effen gekleurde kittens als ze nog jong zijn een lichte tabbytekening

in de vacht, de zogenaamde 'spooktekening' of 'ghostmarking'. Deze spooktekening vervaagt doorgaans als het dier ouder wordt en meestal is er binnen een jaar al niets meer van te zien. Soms komt het voor dat deze vage tabby aftekeningen toch deels zichtbaar blijven bij een volwassen dier, met name op de staart en soms op de poten. Op een tentoonstelling worden deze spooktekeningen niet op prijs gesteld, al wordt er een oogje dichtgeknepen bij jonge dieren.

 

Oogkleur

Alle effen gekleurde Britten behoren oranje ogen te hebben, zonder groene vlekjes of groene randen. Bij kittens is deze echter altijd blauw.

Op leeftijd van ongeveer zes weken begint de oogkleur te veranderen tot deze op leeftijd van ongeveer een maand of tien helemaal uitgekleurd is. Bij het ouder worden wordt de oogkleur altijd minder intens van kleur.

Bejaarde Britten met oranje ogen hebben dan vaak gouden tot geelachtige ogen.

Witte en bi-colour Britten kunnen evenwel ook blauwe ogen hebben maar ook een oranje en een blauw oog (odd-eyed).

 

Zwart

De vacht van een zwarte Brit hoort diepzwart te zijn, zonder rossige nuances. Juist deze kleur nuance is moeilijk te bereiken, omdat zwart de neiging heeft om onder invloed van zonlicht en vocht (wassen, inwerking van enzymen uit speeksel) wat rossiger te worden.

Als partners voor zwarte Britten komen enkel Britten in aanmerking met dieporanje ogen. Omdat bij zwarte Britten een slechte doorkleuring van de vacht erg opvalt, moet de partner van een zwarte Brit uitmunten in een goede doorkleuring. Ieder haartje moet zover mogelijk naar de wortel toe dezelfde tint hebben.

Een snelrecept voor het fokken van een mooie diepzwarte, goed doorkleurde vacht en dieporanje ogen is er niet; er gaat een lange weg van consequente selectie op deze eigenschappen aan vooraf.

 

Blauw

Blauw is de verdunde vorm van zwart. Historisch gezien is de term blauw niet helemaal juist, beter zou zijn geweeste te spreken van een grijze kat. Omdat de benaming blauw echter sjieker stond en men graag een grijsnuance zag met een leisteenblauwgrijze zweem, is deze term ingeburgerd geraakt in de kattenwereld.

Blauwe Britten worden al gefokt sinds de begintijd van de Brits Korthaar en ze waren mateloos populair. Ook tegenwoordig zijn de blauwe Britten een van de populairste kleurslagen binnen het ras. De blauwe Brit hoort een licht- tot middelblauwe vachtkleur te hebben die gelijkmatig is over het hele lichaam.

Nog meer van zwart afgeleide kleuren zijn:

Chocolate, vachtkleur warm chocolade bruin.

Lilac, vachtkleur rozeachtig grijs.

Cinnamon, vachtkleur warme kaneelkleur.

Fawn, vachtkleur warm beige.

 

Rood

Het fokken van mooi gelijkmatig effen gekleurde katten is bij rode katten een zware opgave. Dat komt omdat bij deze kleuren vrijwel altijd een tabby patroon zichtbaar blijft, zeg maar 'doorschemert', ook als de kat in kwestie geen tabby is. Dit is een van de redenen dat rood geen populaire kleur is bij fokkers. Door selektie op katten met een zo vaag mogelijk zichtbare tabby tekening probeerde men in het verleden de ongewenste vage tabby tekening (spooktekening) bij deze kleuren terug te dringen, maar in tegenstelling tot bij de verdunde versie crème lukte dit bij het rood niet. Later werd daarom het ticked tabby-gen ingekruist. Deze tabby tekening is vergelijkbaar met de tabby tekening van een wild konijn. Het ontbeert het duidelijke patroon van gestreepte en gemarmerde tabby's. Wanneer ticked tabby in de vacht doorschemert valt het nauwelijks op. Op deze wijze is het fokkers gelukt om een op het oog relatief egale rode kat te fokken.

 

Crème

Het crème is de verdunde versie van rood, een phaeomelanine. Op deze pigmentsoort heeft het gen voor non agouti amper vat, waardoor een tabby patroon vaak doorschemert. Echter, in tegenstelling tot bij rood, is het bij deze kleur in de loop van de jaren wel gelukt om een redelijk egale Brit te fokken. Niet door het inkruisen van ticked tabby's maar door decennia lang consequent te fokken met dieren die zo min mogelijk spooktekening lieten zien. Daarom worden crème Britten doorgaans niet gepaard aan tabby's- dat zou in een klap een selektie van bijna een eeuw teniet doen.

Toch hebben ook crème dieren vaak nog restanten tabby patroon, wat dan vaak enkel nog zichtbaar is als ringen op de staart. Om ook deze laatste tabby restanten weg te fokken, kruisen een aantal fokkers nu ook in het crème het ticked tabby patroon.

Het crème hoort qua tint zo licht mogelijk te zijn. Daarom worden crème Britten doorgaans gepaard aan andere verdunde kleuren zoals crème, blauwe, blauwcrème. Tevens dient zowel dekvacht als ondervacht uniform van kleur te zijn, iets wat bij de crème nog wel eens niet het geval is.

 

(zwart) schildpad of tortie

Schildpad-Britten horen een vacht te hebben die bestaat uit zwarte en rode delen. Een aantrekkelijk extraatje is een vaak voorkomende rode bles op de neus. De verdeling van eu- en phaeomelaninen in de vacht is afhankelijk van het toeval -hoe de kleurverdeling uitvalt is bij elke tortie kat verschillend. Er wordt op tentoonstellingen bij even waardevolle katten echter wel een voorkeur gegeven aan de kat die een aantrekkelijke gemêleerde kleurverdeling laat zien. Schildpadpoezen zijn vrijwel altijd vrouwelijk. Ze worden doorgaans gepaard aan zwarte, rode, crème en blauwe Britten.

 

Blauw schildpad (blauw crème)

Blauwcrème is een verdunning van schildpad. Het zwart is 'opgebleekt' tot blauw en het rood tot crème. Men ziet graag een zo licht mogelijke tint van beide kleuren. Bij deze kleurslag wordt de voorkeur gegeven aan een gemêleerde vacht. Grote kleurvlekken zijn niet echt gewenst. De verdeling van de vlekjes is echter onvoorspelbaar en laat zich ook amper vastleggen.

Jonge kittens van deze kleurslag zijn meestal nog overwegend blauw. Het crème komt bij het opgroeien steeds duidelijker tot uitdrukking. De gewenste oogkleur bij deze katten is zoals bij alle effen katten egaal en diep koperkleurig tot oranje.

Blauwcrème poezen worden doorgaans gepaard aan blauwe en crème Britten, maar in principe kan iedere effen kleur met oranje ogen een geschikte partner zijn.

Torties komen ook voor in de eerder genoemde kleuren Chocolate/rood, cinnamon/rood

Lilac/crème en fawn/crème.

 

Tabby's

Agouti

Katten met een tabbypatroon bezitten het dominant verervende agouti-gen waardoor de aanleg voor een bepaald tabbypatroon tot uiting komt. Het patroon ontstaat doordat het agouti-gen op bepaalde plaatsen in het haar de vorming van de basiskleur min of meer verdringt. Zo ontstaan er afwisselend donker- en lichtgekleurde bandjes op iedere haar.  De donkere kleur van de bandjes geeft de werkelijke kleur van het dier aan.

De kin en lippen van tabby's hebben vaak een lichte, vrijwel witte kleur.

Het neusleertje is niet egaal van kleur, maar donker omrand.

 

Oranje en groene ogen

De ogen kunnen zowel dieporanje zonder groene vlekjes of randjes zijn, evenals mooi en egaal diepgroen.

Tabby katten met groene ogen worden golden tabby's genoemd. Ze wijken verder niet af van de 'normale' tabby's, met uitzondering van hun oogkleur. Golden tabby's worden doorgaans geboren uit

Zilver tabby lijnen waarvan de ouders groenogig zijn. Dieren met groene ogen worden in principe nooit gepaard aan dieren met oranje ogen of vice versa. Hierdoor wordt namelijk de diepte van de oogkleur van beiden teniet gedaan en ontstaat een tussenkleuren die aan geen enkele oogkleur eis voldoet.

 

Gemarmerd tabby ook wel blotched of classic genoemd

Gemarmerd wordt ook blotched of classic genoemd. Katten met dit patroon moeten een gelijkmatig breed geringde staart hebben en ook de poten moeten deze brede ringen vertonen. Om de hals en het bovenste deel van de borst zitten onderbroken halsringen. Aan de achterkant van de kop loopt een duidelijke streep die ter hoogte van de schouders aan iedere zijde een vlindertekening vormt. Binnen de 'vleugels' van deze vlinder moet een duidelijke stip zichtbaar zijn. Vanaf de vlindertekening loopt een brede streep tot aan de staart. Evenwijdig hieraan lopen aan weerszijden twee dunnere strepen, onderbroken door de grondkleur.

 Het kenmerkende van de gemarmerde tekening is verder de oestertekening op beide flanken, omringd met een of meerdere gesloten ringen. De oestertekening hoort aan weerszijden identiek te zijn. Stippen op de buik mogen evenmin ontbreken.

Op het voorhoofd tekent zich een duidelijke 'M' af, en vanaf de buitenste ooghoek loopt een lijn naar buiten toe. De aftekeningen moeten scherp begrenst zijn en duidelijk afsteken tegen de grondkleur. Het gemarmerd tabby is  de meest spectaculair ogende tabbytekening bij Britten.

 

Gestreept tabby of mackerel

De gestreepte tabby is met betrekking tot de buik- kop- poten- en staarttekening vrijwel identiek aan de gemarmerde tabby. Echter, in plaats van een oestertekening en vlinderpatroon behoort deze

tabbytekening op de zijden vanaf de donkere streep die van de achterkant van de kop tot aan de staart loopt, verticale en ononderbroken strepen te bezitten.

De voorkeur gaat uit naar zoveel mogelijk dunne streepjes. Bij deze tabby variant zijn ook de strepen op de poten en staart fijner en dunner dan bij de gemarmerde.

Gestreept tabby wordt ook 'mackerel' genoemd.

 

Gevlekt tabby of spotted

 

De spotted, of gevlekt tabby Brit is de laatste tijd populairder aan het worden, zeker in de zwartzilveren kleur. De vlekjes of spots worden veroorzaakt door het dominant verervende Sp-gen. Dit gen vererft separaat van de genen die een gestreepte of gemarmerde tekening veroorzaken.

 Het gen zorgt ervoor dat de betreffende tabby tekening, gestreept of gemarmerd, onderbroken wordt.  Er is soms nog duidelijk te zien welk onderliggend tabby patroon een gevlekte kat heeft.

De gevlekte tabby hoort op de kop, poten, staart, borst en buik eenzelfde tekening te vertonen als de gemarmerde en gestreepte tabby, maar moet op de zijden en rug een duidelijk begrenst stippenpatroon hebben. Door consequent selectief te fokken met dieren die een zo goed mogelijk vlekken- of stippenpatroon laten zien, is dit ideaal te verwezenlijken.

 

Ticked tabby

 

Ticked tabby is het tabbypatroon dat we kennen van de Abessijn en van bijvoorbeeld wilde konijnen. In wezen is ticked tabby over het grootste deel van het lichaam patroonloos; iedere afzonderlijke haar vertoont enkel nog de agouti bandjes.

 In tegenstelling tot de andere tabby's hoort een ticked tabby juist geen aftekening op het lichaam te hebben, wel komen er vage strepen op poten en staart voor.

Ticked tabby's worden nog niet veel gefokt bij de Brit, wel wordt er gebruik van gemaakt om patroonloze rode en crème Britten te fokken.

 

Zwart tabby

Zwart tabby's horen, ongeacht hun tabbypatroon, een zo warmbruin mogelijke grondkleur te hebben. Een vale, grijzige grondkleur is absoluut ongewenst.

De gewenste warmbruine ondergrond wordt veroorzaakt door polygenen. Dit houdt in dat deze enkel door selektie op een zo warm mogelijke grondkleur kan worden. Zwarttabby's worden ook wel browntabby's genoemd.  In wezen is dit een foutieve benaming omdat hiermee de grondkleur wordt

aangeduid, terwijl de benaming van alle andere tabby's aangeduid wordt met de basiskleur (blauw tabby, rood tabby, lilac tabby).

Geleidelijk verdwijnt dit verwarrende woord dan ook uit de kattenterminologie.

Zwart tabby’s behoren volgens de showstandaard  oranje ogen te hebben en kunnen dan worden gepaard aan effen Britten met oranje ogen en aan oranje ogige tabby's met eenzelfde tabbypatroon. Zwart tabby's met deze oogkleur worden echter slechts mondjesmaat gefokt.

 

Golden tabby

Zwart goldentabby's horen evenals de zwarttabby's een zo warmbruin mogelijke grondkleur te hebben. Ze stammen vaak uit zilverlijnen en worden gekruist met andere groen ogige Britten, meest zilver tabby's.

Blauw golden tabby's, de gondkleuris ook verdund en is niet zo warm als bij een zwart patroon.

 

Tortie tabby

Tortie tabby's, ofwel schildpad  tabby's, hebben een vacht waarin we zowel eumelaninen als phaeomelaninen vinden, gecombineerd met een tabbytekening.

Dit betekent dat beide hoofdkleuren een patroon vertonen. Tortie tabby's komen voor in alle mogelijke versies, verdund en onverdund. Essentieel is dat beide kleuren in de vacht het patroon zichtbaar is. Ze komen zowel voor met oranje ogen als met groene ogen.

 

Bi-colour, Harlekijn en Van

Witte vlekken

Katten met witte delen in de vacht ontstaan door de aanwezigheid van het verervende S-gen. Dit gen zorgt ervoor dat er op bepaalde delen in de vacht geen pigment wordt aangemaakt. Het proces waarbij bepaald wordt waar de kat gekleurd is en waar hij wit blijft  vindt reeds plaats in de embryonale fase. Typerend hiervoor is dat de verdeling van kleur naar wit altijd van boven naar beneden loopt. Bovenop (rug, oren, staart) heeft de kat nog kleur, beneden (buik, kin, nek) niet meer.

De hoeveelheid wit wordt tevens bepaald door polygenen. Dit houdt in dat er naast het S-gen nog vele andere 'hulpgenen' werkzaam zijn die invloed hebben op de hoeveelheid wit en de plaatsing.

De hoeveelheid wit kan vergroot worden door dieren met veel wit met elkaar te kruisen, en enkel door te fokken met de nakomelingen met veel wit. Oorspronkelijk waren enkel de bi-colour Britten erkend, die een witpercentage hebben van 33 tot 50%. Pas later, toen bleek dat er geregeld dieren met veel meer wit geboren werden, werden ook deze erkend.

Deze worden 'harlekijn' of 'van' genoemd, naar gelang de aftekening en hoeveelheid wit. Katten met veel wit in de vacht kunnen een of twee blauwe ogen hebben.

Voor de gepigmenteerde delen van de vacht gelden dezelfde eisen die voor de hoofdkleur gelden in de kleurslagen zonder wit.

 

Een grillige vererving

Britten met witte delen in de vacht zijn de laatste jaren sterk in opkomst, al is het fokken van een goed getekende Brit in een van deze variëteit niet eenvoudig en vaak ook een kwestie van geluk.

Het aan elkaar paren van twee goed getekende Britten in deze variëteit geeft namelijk geen garantie op evenzo perfect getekende kittens. In een en hetzelfde nestje kunnen dan ook van's, harlekijnen en bi-colours aangetroffen worden, als ook kittens waarvan de verdeling van wit aan geen enkele standaard voldoet. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kittens die te weinig wit hebben, of die qua

kleurverdeling tussen de bi-colour en harlekijn in zitten. Voor deze kittens is helaas geen grote showcarriere weggelegd. Wanneer hun type goed is, en de gekleurde delen goed van tint en kleurdiepte zijn, kunnen ze als fokdier wel waardevol zijn.

 

Bicolour

Bij de bi-colours (hieronder vallen ook de de torties met wit) dient de kat voor eenderde tot de helft

wit te zijn. De rest, dus de helft tot twee derde, is gekleurd. De gekleurde delen bevinden zich aan de bovenkant van het dier, de witte aan de onderkant. Gewenst is een symmetrische aftekening met het liefst een omgekeerde witte 'V' over het gezicht en voorhoofd.

De hoofdkleur mag zowel met als zonder tabby patroon zijn. Heeft een kat slechts één hoofdkleur dan wordt het een bi-colour genoemd, heeft hij er twee, dan wordt deze ook wel eens tri-colour genoemd.

Bi-colours met twee hoofdkleuren hebben vaak heel duidelijk afgetekende rode en zwarte (of hiervan afgeleide) kleurvlekken. Dit komt doordat het wit de twee hoofdkleuren 'samen duwt'. Naarmate het percentage wit toeneemt zullen die kleurvlekken ook groter zijn. Bi-colours worden vaak aan elkaar gepaard, maar voor lijnenverbreding worden er ook Britten zonder wit gebruikt.

 

Harlekijn

 

 

Harlekijnen hebben ruwweg tweederde tot negentiende wit in de vacht. De kleur mag zich enkel nog bevinden op de bovenzijde van de kop, een aantalvlekken op het lichaam en een compleet gekleurde  staart.

 

Van

is in feite een extreme harlekijn - deze hebben enkel nog een klein 'petje' tussen de oren en een gekleurde staart.

Over de exacte kleurverdeling eisen deze twee variëteiten is standaardtechnisch gezien het laatste woord nog niet gesproken. Er voldoen diverse katten aan diverse interpetaties van de standaarden.

 

Zilver, smoke, shaded en tipped

Het Inhibitor-gen

Het dominant verervende I-gen veroorzaakt de zilverwitte ondervacht bij smokes, zilver tabby's, zilver shadeds en zilver tipped Brits Korthaar katten.

De 'I' staat voor het Engelse 'Inhibitor', wat 'remmer' betekend. De zilverwitte ondervacht ontstaat doordat het gen de pigmentvorming van het haar vanaf de haarwortel remt. Hierdoor is iedere afzonderlijke haar deels ongepigmenteerd, wat wij op het oog als 'zilverwit' ervaren. De rest van het

haar is wel normaal gepigmenteerd, en kan alle mogelijke kleuren vertonen.

 

Polygenen

De expressie van het Inhibitorgen wordt beïnvloed door bijkomende polygenen.

Worden consequent katten met een duidelijke zilverwitte ondervacht met elkaar gekruist, dan wordt de hoeveelheid ontkleuring door invloed van de polygenen steeds groter, en is het contrast tussen het patroon en de ontkleurde ondergrond subliem.

Zijn er weinig polygenen aanwezig, dan ontstaan er dieren met een slechte zilver doorkleuring.

Bij zilver tabby’s en zilver shaded dieren zorgt dit voor de zogenaamde 'taankleur/rufisme' delen van de vacht die in plaats van zilverwit juist bruinachtig zijn. Taankleur bevindt zich vaak op de kop en poten.

Bij niet-tabby's, de smokes, veroorzaakt dit iets heel anders; een kat waarbij je echt moet zoeken naar de ontkleurde ondervacht. Dit worden ook wel 'lowgrade smokes' genoemd.

Andere verkleuringen die bij zilver tabby's en shaded Britten voorkomen zijn vaak van tijdelijke aard. Ze steken vooral de kop op bij zogende poezen en bij vochtig en koud weer. De tijdelijke verkleuring van de vacht die hiermee gepaard gaat, wordt rufisme genoemd.

 

Oogkleuren

Shaded en chinchilla Brits Korthaarkatten zijn enkel erkend met groene ogen.

Bij zilvertabby's mag de oogkleur of groen of oranje zijn. Uiteraard worden ook hier weer dieren met oranje en groene ogen niet aan elkaar gepaard.

Smokes behoren tot de effen gekleurde katten, en behoren volgens de show standaard oranje ogen te hebben.

 

Zilvertabby

Zilver tabby's zijn agouti katten. Ze tonen dus hun tabby patroon, dat ligt op een zilverwitte ondervacht. Ongeveer de helft van iedere haar is, vanaf de wortel gezien, ontkleurd. Zilvertabby Britten, en dan met name de zwart zilver gevlekte en zwart zilver gemarmerde versies, zijn de laatste jaren zeer populair. De oorzaak hiervan is mede hun optreden in kattenvoerreclames.

Het is niet eenvoudig om goede zilver tabby's te fokken. Er moet rekening gehouden worden met veel polygenetisch bepaalde zaken, die bepalen of de kat een duidelijk afgetekend patroon heeft, gecombineerd met een prachtig ontkleurde zilverwitte ondervacht. En daarnaast dient het dier

uiteraard te beantwoorden aan de standaard wat betreft het gewenste cobby type. Heel veel verschillende zaken die heel moeilijk in één dier te verzamelen zijn.

 

Smoke

Wanneer het Inhibitor-gen zijn werk doet bij een effen gekleurde kat wordt deze kat een smoke genoemd. Bij de ideale smoke is iedere haar van één derde tot de helft, vanaf de haarwortel gezien, ontkleurt. Soms is het bij kittens niet makkelijk te zien welke kittens smoke of niet smoke zijn. Indicaties zijn een lichter gekleurd kopje (de zogenaamde wasbeeraftekening of brilletje), en lichtere haren aan onderkant van de staart en rond de hals.

Het zilver kan echter tijdelijk verdwijnen in de puberteit en pas bij het volwassen dier weer terugkeren.

Een goede smoke fokken is geen eenvoudige zaak en mede daarom wordt deze variëteit slechts mondjesmaat gefokt. In de praktijk worden de meeste smokes geboren uit zilvertabby's.

 Indien deze groene ogen hebben zal zo'n kitten niet aan de standaard beantwoorden.

Smokes behoren namelijk tot de effen kleuren en dienen oranje ogen te hebben.

 

Shaded en Chinchilla

Shaded en chinchilla Britten zijn in feite zilvertabby's. Doordat generaties lang geselecteerd is op katten met het vaagste tabby patroon, ontstonden uiteindelijk dieren waarbij het eens aanwezige tabby patroon vervaagde tot een donkere sluier over de zilverwitte ondervacht.

De lichtste versie wordt chinchilla genoemd. Die met een zwaardere beschaduwing heet shaded. Omdat dit een polygenetische kwestie is, kunnen chinchilla en shaded kittens in één nest voorkomen. Heel apart bij deze varieteiten zijn de expressieve donkere 'mascaralijntjes' om de oogrand en ook het neusleertje heeft deze omlijning.

Uiteraard kunnen tipped en shaded Britten in alle mogelijke vachtkleuren gefokt worden. Normaliter is dit een kleurgroep die enkel onderling gekruist wordt. Soms wordt voor lijnenverbreding wel eens een uitstapje gemaakt naar de eveneens groen ogige zilver tabby.

 

Colourpoints

Eén van de nieuwere varieteiten op het kleurpalet van de Brit is de colourpoint. Hier wordt door de recessieve partiële albinisme factor 'cs' de kleurontwikkeling beperkt tot de extremiteiten van her dier. Daardoor komt de kleur enkel door op de poten, masker, oren en staart van het dier, en bij de kater ook de ballen. Typerend voor deze factor is dat de kleur enkel kan doorkomen op die delen van het lichaam die het meeste afkoelen.

 Een pointed dier kleurt zijn gehele leven verder door, en zal uiteindelijk steeds een fractie donkerder worden. Hoe ouder een kat wordt, des te minder deze immers in staat is om zijn eigen lichaamswartme vast te houden. De colourpoint Brit is dan ook het mooiste qua aftekening wanneer deze zo'n twee jaar oud is. Het patroon heeft dan voldoende tijd gehad om goed door te komen, en het contrast is nog steeds duidelijk.

Colourpoints worden altijd wit geboren en de points komen geleidelijk door. De donkerste kleurslagen kleuren het eerste uit, maar pas met zo'n week of acht is het meestal wel duidelijk welke kleuren er op de points zitten.

Colourpoints komen in vele kleuren voor, van de klassieke sealpoint tot de nieuwste variëteiten in cinnamon/fawnpoint.

 

Oogkleur

De oogkleur hoort bij colourpoins diepblauw te zijn. Momenteel is dit nog een utopie, de meeste colourpoints hebben namelijk nog licht- tot middelblauwe ogen. In het begin zijn er voor de fok overwegend dieren gebruikt met oranje ogen. Deze slaan in de tweede generatie pointkittens

echter om naar bleekblauw. Om de oogkleur te verbeteren wordt wel eenns gebruik gemaakt van Britten met groene ogen daar deze 'omslaan' naar donkerder blauw in de colourpoint nafok.

 

Wit

Het gen dat een volledig witte vacht veroorzaakt is het W-gen. Dit gen zorgt ervoor dat de kat er geheel wit uitziet. Genetisch kan de kat echter iedere andere kleur en patroon onzichtbaar onder zijn witte jasje bij zich dragen, inclusief witte vlekken, en die kleuren doorgeven aan zijn nakomelingen. Het wit ligt bij deze dieren als het ware als een soort 'hoeslakentje' over de eigenlijke kleur heen. Jonge kittens hebben vaak nog een gekleurde vlek tussen de oren, die bij het ouder worden vervaagt. Deze kleurvlek is de eigenlijke kleur van de kat die zich op die plaats onder het wit bevindt en kan de fokker inzicht geven in de mogelijke kleurvererving van zijn op volwassen leeftijd geheel witte kat. Tot de volwassen klasse op shows mag een witte kat zo'n jeugd-kopvlek vertonen.

Witte Britten kunnen, afhankelijk van de kleur die zij dragen onder hun wit, oranje of blauwe ogen hebben, of een oranje en een blauw ('odd-eyed').

Witte Britten kunnen aan alle anderskleurige Britten worden gepaard, zolang deze dieporanje of blauwe ogen hebben. Britten met groene ogen zijn ongeschikt als partner omdat de kans groot is dat er meerdere kittens geboren zullen worden met een ongewenste oogkleur.

Het wit hoort sneeuwwit te zijn, maar soms hebben deze dieren op bepaalde plaatsen een gelige aanslag. Deze kan indirect door de hormoonschommelingen van het lichaam, door ingrediënten in het voer of door externe factoren, zoals vuil en nattigheid, worden veroorzaakt.

Een tentoonstellingsdier zal soms met een speciale shampoo voor witte katten gewassen moeten worden om de kat er op een show op zijn best uit te laten zien.

 

Wit en doofheid

Bij het fokken van witte Brits Korthaarkatten moet een fokker extra zorg betrachten omdat bij het

W-gen dat effen wit veroorzaakt tevens heel af en toe (aangeboren) doofheid kan optreden. De kleur van de ogen speelt hierin geen rol- het is niet zo dat katten met blauwe ogen doof zijn en die met

oranje ogen niet. Beiden komt voor.

Om de kans op doofheid te verkleinen worden twee witte dieren nooit aan elkaar gepaard.

Verder is het verstandig om geen katten in de fok te gebruiken warvan bekend is dat er meerdere dove katten onder hun voorouders zijn, of die zelf in een nest doofheid gegeven hebben.

Het is vaak moeilijk om te achterhalen of een kat nu wel of niet doof is. Middels een zogenaamde 'BAER'-gehoortest kan worden getest of het dier een een of beide oren doof is. Met katten die een- of tweezijdig doof zijn mag niet worden gefokt.

Witte katten met twee blauwe ogen waren tot voorkort zeer zeldzaam. Dat was zo omdat deze combinatie van vacht- en oogkleur het meeste voorkwam uit twee witte ouderdieren. Vanwege de risico’s op doofheid worden paringen van twee witte dieren niet meer ondernomen. In plaats daarvan is het momenteel echter mogelijk om met behulp van de blauwogige colourpoint Brit deze ogen binnen twee generaties 'onder het witte jasje' te fokken. Deze katten hebben normaal gesproken een goed gehoor.

Gedeeltelijk overgenomen uit: Brits Korthaar, Esther Verhoef

 

De Rasstandaard kennen is voor een fokker uiteraard een must. Bij het kiezen van een kitten uit een nest maar ook bij het uitkiezen van een dekkater. Wat zijn de verschillen tussen de standaarden en zijn er ook daadwerkelijk verschillen?

 

Rasstandaard FIFe vertaalt vanaf fifeweb.org, 2011

Rasstandaard GCCF

Rasstandaard TICA

Rasstandaard CFA