Genetica

LES 1

 

Basis Katten Genetica - 1

 

Inleiding

 

Alles wat leeft bestaat uit een grote hoeveelheid cellen, die eigenlijk niets anders doen dan voedingsstoffen opnemen en zichzelf in tweeŽn delen. Een cel zou, met enige verbeeldingskracht, voorgesteld kunnen worden als een soort zakje met van alles en nog wat er in. De duizenden deeltjes in dat “zakje hebben de eigenschap dat ze “paarsgewijze door het leven gaan, niet dat ze aan elkaar vast gesmeed zijn, maar iedere twee bij elkaar horende deeltjes hebben een bepaalde opdracht. Samen verantwoordelijk voor al dan niet grote oren, al dan niet kromme benen, al dan niet lange haren enz., enz.,

 

In een simpele tekening voorgesteld:

 

een cel met een aantal “PAREN”:

voedingsstoffen worden opgenomen:

Op een gegeven moment gaat deze cel zichzelf namaken, delen, kopiŽren of hoe men het noemen wil, met als gevolg dat er dan twee, precies gelijke cellen zijn,

die ieder hetzelfde zgn. GENEN-pakket dragen.

 

1e Cel

 

2e Cel

 

hetzelfde proces herhaalt zich:

 

Cel 1

 

Cel 2

 

zodat er dan vier cellen zijn

 

enz. enz. totdat uit al die, aan elkaar vastzittende cellen een levend ‘iets’ ontstaat, dat kan een kat, een hond, een mens, een geranium, boerenkool of wat dan ook zijn. Tot zover, in het kort en simpel verteld, hoe iets groeit.

 

Hoe plant dit levende “iets zich nu echter voort?

 

In het voortplantings orgaan van het ‘iets’, maken de cellen zichzelf niet na, maar doen wat anders; de paren van het genen-pakket worden hier uit elkaar gehaald, m.a.w, de paren worden gesplitst. Met hetzelfde, simpele, tekeningetje ziet dat er dan zo uit:

 

De cellen van het levende “iets zijn nu de voortplantings-cellen van het “iets”

geworden, met name:

 

zaadcellen bij het mannelijke ( ) “iets,’

en

eicellen bij het vrouwelijke(  ) “iets’,

 

 

zodra nu een eicel bevrucht wordt door een zaadcel, zoeken de vrouwelijke genen de gelijksoortige mannelijke genen op (of omgekeerd) en vloeien samen tot een nieuw genen-paar, waarna het op pagina 1 beschrevene zich in bewe- ging zet en een nieuw “iets” tot leven komt.

 

 

Welke helft van een bepaald mannelijk genen-paar samenkomt met welke helft van het gelijksoortige vrouwelijke genen-paar is volkomen willekeurig, er zullen derhalve altijd vier mogelijkheden zijn, als voorbeeld:

 

 

Speelt U maar een soort “Boter, Kaas en Eieren”, of “Tik-Tak-Toe of hoe dat spel ook mag heten, er zijn altijd slechts 4 mogelijkheden:

 

 

Ieder van de 4 mogelijkheden bestaat dus ALTIJD uit de helft van een mannelijk genen-paar en de helft van een vrouwelijk genen-paar.

“Wat een flauwe kul, om daar zo moeilijk mee te doen”, zult u nu misschien

zeggen, maar.......

er is met die genen-paren van mannelijke- en vrouwelijke zijde nog wat anders aan de hand, namelijk een genen-paar van “iets kan dan wel gelijksoortig zijn, maar dat wil niet zeggen dat iedere helft volkomen gelijk is.

 

Net als bij echt- en andere paren kunnen beide gelijk gestemd, doch zeer overheersend of DOMINANT zijn. Een tweede mogelijkheid is, dat de ene helft DOMINANT is en de andere helft overheerst wordt. In de genetica noemt men die “onderdrukte” helft RECESSIEF. Als derde mogelijkheid is er een paar, dat weliswaar beiden tot de RECESSIEVE genen behoort, maar samen wel tot iets in staat is. Soms komt het echter ook voor, dat die recessieve genen-paren ten opzichte van elkaar toch nog een zekere dominantie vertonen. In de erfelijksheids-leer is er afgesproken, dat de DOMINANTE genen aangeduid worden met een HOOFD- letter en al de recessieve genen met een kleine letter. Nemen we als voorbeeld, als dat al zou bestaan, het VIERKANTE OGEN-GEN, met als symbool HOOFD- letter K voor vierkante ogen en kleine-letter k voor NIET vierkante ogen=ronde ogen K is dan een DOMINANT = OVERHEERSEND gen en daar is er maar ťťn van nodig in een “iets”. De kleine letter k is een recessief = terugwijkend gen, daar heeft het “iets er TWEE, dus van beide kanten, van nodig om de betreffende eigenschap, hier dus ronde ogen, te tonen bij het “iets”.

 

Maken we nu een voorbeeld of DIAGRAM, dan wordt het misschien al iets minder “flauwe kul voor u:

 

 

Het mannelijke “iets” had twee HOOFDLETTERS K en derhalve vierkante ogen,

 

Het vrouwelijke “iets had twee kleine letters k en derhalve ronde ogen,

 

De vier mogelijkheden, die deze combinatie geeft, zijn allemaal een HOOFD- LETTER K en een kleine letter k. Denkt U nu a.u.b, niet dat dit betekent VIER- KANTE OGEN met ronde hoekjes, want dat is nonsens.

 

De vier mogelijkheden uit deze combinatie zijn:

 

4 kleine “ietsjes” met VIERKANTE OGEN, maar .....

 

zouden we in de toekomst 2 van dergelijke “ietsjes” met elkaar kruisen, dan bestaat de mogelijkheid dat er “ietsjes met ronde ogen geboren worden.

 

In de erfelijkheidsleer of GENETICA zegt men dan:

 

deze “ietsjes zijn fokonzuiver voor vierkante ogen of

deze “ietsjes hebben vierkante ogen, maar dragen een factor voor ronde ogen

 

Nu maken we weer een diagram, maar kruisen nu twee “ietsjes die fokonzuivere vierkante ogen hebben:

 

Welke vier mogelijkheden krijgen we nu:

 

Vak 1 = K FOKZUIVERE vierkante ogen

Vak 2 = k  fokONzuivere vierkante ogen

Vak 3 = k k    RONDE ogen

Vak 4 = K  fokONzuivere vierkante ogen

 

In vak 2 staat k K en in vak 4 K k, maar dat is precies hetzelfde, bij elkaar geteld kunnen we nu zeggen:

 

50% zal fokONzuivere vierkante ogen hebben

 

25% zal FOKZUIVERE vierkante ogen hebben

75% zal VIERKANTE ogen hebben slechts

25% zal RONDE ogen hebben.

 

NB. K K betekent beslist niet dat deze vierkante ogen vierkanter zijn dan de vierkante ogen van een K k “iets”.

 

K K betekent echter wel dat je uit een K K “iets” x een K K “iets” NOOIT ronde ogen kunt verwachten, netzomin kunt U uit een k k “iets x een k k “iets nog eens VIERKANTE ogen verwachten.

 

Zit U dus op de RONDE ogen’, zoals men dat wel zegt, dan is deze K k x K k combinatie niet de meest kansrijke, en kan het nog wel even duren voordat er bij U alleen maar “ietsjes met ronde ogen geboren worden,

 

De onderzoekers van de Genetica van dit levende “iets hebben voor t DOMI- NANTE -“VIERKANTE OGEN- gen” als symbool de K van “Kantig” gekozen, waarom? Misschien was de V al gebruikt voor bijv. Vier-Staartig of Vier-Tandig of zoiets. Bij een ander levend “iets kan het best zijn dat het “vierkante ogen gen” helemaal niet dominant maar juist recessief is, In dat geval zal men waarschijnlijk de hoofdletter R gaan gebruiken als symbool voor RONDE OGEN, de vierkante ogen zijn dan recessief en moeten dan aangegeven worden met r r,

 

Als U dit “simpele” spelletje met HOOFDLETTERS, kleine letters en de diagram- men nu “Door hebt en ook hebt begrepen hoe dat met de gewone cellen en de voortplantings-cellen in elkaar zit, dan zal het vervolg van dit verhaal U weinig problemen geven. Tenminste als U ook nog een aantal symbolen, die met de genetica van de kat te maken hebben op de juiste plaatsen weet te gebruiken. Het grondprincipe is namelijk hetzelfde voor:

 

“ALLES WAT LEEFT EN GROEIT” en

“ALTIJD WEER BLOEIT”

(een jaren geleden zeer bekend radioprogramma van Dr. Fop I. Brouwer)

 

Het “rekenen” met genen wordt ook wel mendelen genoemd, dit naar de grondlegger van de (door hem omstreeks 1866 ontwikkelde) erfelijkheidsleer, de Oostenrijkse monnik Gregor Mendel (1822-1884)

In het begin werd de leer van Mendel terzijde geschoven, maar omstreeks 1900 werden

zijn ontdekkingen door een drietal biologen, onafhankelijk van elkaar, serieus genomen en verder onderzocht en ontwikkeld. De proeven die Mendel had gedaan met doperwten

werden verder uitgewerkt en beproefd om te ontdekken of de leer van Mendel ook van

toepassing was op andere planten en dieren. Na herhaalde proeven, door verschillende biologen bleek de leer van Mendel alle kritiek te kunnen weerstaan en volkomen juist te

zijn.Het heeft echter nog tientallen jaren (tot omstreeks 1945) geduurd voordat men aan de hand van allerlei (fok)proeven een goed overzicht kreeg van de effecten van de verschil-

lende kruisingen en mogelijkheden.

De betrouwbaarheid van de stambomen van voor 1945 is dan ook vaak nogal twijfelach- tig, gezien de zeer geringe kennis van de erfelijkheid die er toen bestond. Dit naschrift werd vrij vertaald uit: Genetics for CAT BREEDERS, Door Roy Robinson, F.I. Biology, 2e Druk - Herdukt in 1978.

 

 

 

 

Copyright: Beit al Nahr Cat Data/De Bolle