Genetica

LES 2

 

Basis Katten Genetica - 2

 

Om de draad van het verhaal weer op te pakken, eerst maar weer even dat simpele tekeningetje van een “genen-pakket”:

 

 

Door de inhoud van dit genen-pakket wordt bepaald hoe het levende “iets” er uit zal gaan zien, duizenden genen-paren zijn daarvoor verantwoordelijk.

 

Zo’n cel zit natuurlijk niet vol met ‘driehoekjes’, ‘hartjes’, ruitjes’, ‘klavertjes en wat dies meer zij.

Wat het fenomeen kat betreft bestaat een cel uit:

 

19 paren CHROMOSOMEN.

 

Moeilijk woord misschien maar nu niet meteen ophouden met lezen want Chro- mosomen zijn:

 

DRAGERS VAN ERFELIJKE EIGENSCHAPPEN

 

Als er nu duizenden genen-paren bestaan en maar 38 chromosomen, hoe zit dat dan, zult U zich, misschien, afvragen.

 

Een chromosomen-paar moet U zich voorstellen als, laten we zeggen, ‘twee - gelijkvormige- sliertjes spaghetti met hier en daar een bubbeltje, een korreltje, een uitstulpseltje enz. enz.

De bubbeltjes en zo op het ene sliertje van een paar zijn, min of meer, gelijk aan het bubbeltje of zo op het andere sliertje.

Ieder paar bubbeltjes vormen dan tezamen:

 

n ERFELIJKE EIGENSCHAP

 

zo’n bubbeltjes paar wordt een GENEN-paar genoemd. Derhalve draagt elk

‘sliertje eigenlijk maar de helft van een bepaalde erfelijke eigenschap, de an- dere helft is te vinden op dezelfde plaats van het bijpassende sliertje van het

chromosomen-paar.

 

Op deze manier kan ‘Moedertje Natuur op die 19 “sliertjes”-paren tienduizen- den erfelijke eigenschappen vastleggen.

 

Om het n en ander samen te vatten weer een paar tekeningetjes  uit de computer:(ieder Mail-Box’je draagt een groot aantal eigenschappen)

 

Een CEL bestaat uit 38 dragers van erfelijke eigenschapPEN, dat zijn derhalve 19 paren.

 

 

Als U goed kijkt zult U zien dat er 18 gelijk-vormige paren en 1 afwijkend paar in de cel aanwezig is, dat laatste paar laten we nog even buiten beschouwing.

 

Eerst de gelijkvormige paren, hoe kunnen we dat nu in een tekeningetje weer- geven?

 

al die scharen, telefoons, brillen enz. staan dan in de plaats van een erfelijke eigenschap, noem maar wat; een brilletje voor patroon, een telefoon voor het verdunning enz. enz. Soms werken verschillende paren ook samen om een bepaalde eigenschap naar voren te laten komen.

 

In een cel liggen die beide ‘sliertjes niet netjes gestrekt tegenover elkaar, maar een beetje inelkaar gedraaid zo ongeveer als een (rekbaar) telefoonsnoer, op een dusdanige wijze dat de helften van een eigenschap tegenover elkaar ko- men te liggen.

 

Van al die duizenden “paren kunnen we, voor dat wat wij willen weten over de vererving van de kat volstaan met slechts een tiental genen die ons voldoende informatie kunnen verschaffen over de te verwachten variteiten, kleuren, patro- nen, aftekeningen, enz. Trouwens, erg veel mr weten we tochal niet af van de erfelijkheid van de kat. Welke genen en eigenschappen dat zijn, daar komt U in de komende afleveringen vanzelf wel achter.

 

We gaan het nu eerst hebben over dat afwijkende chromosomen paar (dragers van erfelijke eigenschappen), het zijn ook wel ‘sliertjes met bubbeltjes en zo, maar ze zien er iets anders uit dan die 18 andere paren. Bovendien bestaat dit, afwijkende, paar soms uit 2 gelijkvormige chromosomen, soms uit 2 verschillend gevormde chromosomen;

 

-    Zijn beide chromosomen gelijkvormig, dan hebben we te maken met een

vrouwelijk iets, in ons geval een poes.

 

-    Zijn de chromosomen verschillend van vorm, dan hebben we te maken met een mannelijk iets, in ons geval een kater.

 

Aangezien dit chromosomen-paar het geslacht van het ‘iets bepaald, worden dit de geslachts-chromosomen genoemd.

Als wetenschappelijke, aanduiding van de geslachts-chromosomen worden de

hoofdletters X en Y gebruikt.

Die X en Y treffen we aan bij mensen, honden, katten, koeien en gaat U maar door.

 

Aan die andere 18 chromosomen-paren wordt, althans voor deze basis katten genetica, geen speciale naam gegeven omdat zij verschillende erfelijke eigen- schappen dragen.

X en/of Y dragen echter hoofdzakelijk de geslacht-kenmerken van het levende wezen in kwestie.

 

Wat is nu X en wat is nu Y? Om te beginnen, nogmaals, X en/of Y zijn geen GENEN, maar een aanduiding van een chromosoom, dus een drager van erfe- lijke eigenschappen m.a.w. een drager van genen. Er bestaat dus vanwege de hoofdletter X of Y geen enkele DOMINANTIE over iets, er bestaat simpelweg geen kleine x of y.

 

-        X                 alleen is NIETS!

-        Y                 alleen is NIETS!

-        X n X          geeft een vrouwelijk wezen aan.

-        X n Y          geeft een mannelijk wezen aan.

 

Een POES heeft dus      2 X-chromosomen.

Een KATER heeft dus     1 X-chromosoom en 1 Y-chromosoom.

 

Met die andere 18 paren chromosomen in hun totaliteit is niet te “Mendelen”, wel met sommige genen die er op liggen.

Met de X en de Y als complete chromosomen lukt dat best:

 

 

N.B.   De X en Y van de kater werden duidelijkheidshalve vetgedrukt.

U hoeft daar verder geen aandacht aan te schenken.

 

Meer mogelijkheden zijn er normalerwijze niet!

Een heel enkel keertje kan er wel eens iets fout gaan maar voor de duidelijkheid

gaan we ons nu niet met zeldzame uitzonderingen bezig houden.

Een kitten zal altijd n van de twee geslacht-chromosomen van de moeder

hebben in combinatie met n van de twee geslacht-chromosomen van de vader. Vaak zult U horen vertellen dat X het vrouwelijk-chromosoom is, maar

zoals reeds gezegd en zoals U kunt zien een X (van de poes) alleen kan het ge- slacht niet bepalen, daarvoor hebben ook nog een X of een Y (van de kater) nodig.

 

De ei-cel van de moeder zal altijd een X bevatten, maar de zaad-cel van de vader bevat f een X, f een Y. Waar we uit kunnen vaststellen dat de vader het geslacht van het kitten bepaalt.

 

Wat moeilijke woorden betreft valt het nogal mee, niet waar? Even op een (klein) rijtje gezet:

 

CHROMOSOMEN  Dragers van erfelijke eigenschappen.

 

GEN                     n erfelijke eigenschap.

 

MENDELEN          het ‘rekenen met erfelijke eigenschappen.

 

Het meerendeel van de moeilijke woorden, die ‘genetica-specialisten in hun verhalen gebruiken, krijgen de puzzelaars onder U tzt, als tijdverdrijf, in een zoekpuzzel.

Om iets van de erfelijkheidsleer te begrijpen en om te leren ‘mendelen heeft U

ze namelijk helemaal niet nodig.

 

  en   Oh jee, hoe onthoud ik dat?

Mijn leraar Biologie had daar zo’n 50 jaar geleden een, voor die tijd zr ge- waagd, ezelsbruggetje voor: Jongelui, zei hij, das heel eenvoudig. Dit hielijkt precies op een handspiegel, nou dat is dan logisch, dat is een vrouwtje en dat andere  dat is een mannetje. Waarom dat pijltje zo schuin naar boven staat, dat begrijpen de meiden toch nog niet. NIET WAAR MANNEN?

 

Mocht U zich verder willen verdiepen in de ‘chromosomen en U woont in of niet te ver van Amsterdam af, gaat U dan eens naar de permanente, populair weten- schappelijke, expositie over “Bio-Technologie (het genetisch verbeteren van tomaten, aardappels enz. bijv. de stier “Herman”) in het Technologisch Museum, Tolstraat, tel: 020-570 81 11.

U ziet daar o.a. een metershoge kolom met een stapel telefoon-boeken waarvan een klein stukje tekst wordt getoond en daarnaast een metershoge kolom

waarin een chromosomen-paar wordt uitgebeeld met daarop de ruimte die de

informatie van de getoonde tekst in beslag zou nemen. Ook kunt U daar, onder meer, een tv-opname bekijken van een CELDELING onder een microscoop.

Neemt U overigens Uw kinderen rustig mee, zij zullen zich kostelijk vermaken met allerlei technische- en natuurkundige proeven die zij, helemaal in hun een-

tje, zelfstandig kunnen uitvoeren. D.w.z. zelfstandig, ze moeten wel kunnen lezen. Veel genoegen.

 

 

Copyright: Beit al Nahr Cat Data/De Bolle